Inspecteur van politie

Duur: 12 maanden + 6 maanden probatiestage

Lopende opleidingen: mei 2019 en oktober 2019

Volgende start: 4 mei 2020 en 1 oktober 2020

Beschrijving van de job

Het operationeel kader van de geïntegreerde politie bestaat uit politieambtenaren die in drie kaders zijn verdeeld: het basiskader, het middenkader en het officierskader.

Deze politieambtenaren zijn bevoegd voor de uitoefening van opdrachten van gerechtelijke en bestuurlijke politie. Het operationeel kader kan bovendien een kader van agenten van politie omvatten. De personeelsleden van dat kader worden agenten van politie genoemd. Ze zijn geen politieambtenaren, maar hebben wel een beperkte politiebevoegdheid. 

Deze indeling is gebaseerd op verschillen op het vlak van bekwaamheden, verantwoordelijkheden, de aard en complexiteit van de uit te voeren opdrachten. Zeg maar: “De juiste persoon op de juiste plaats”. Deze verschillende kaders zijn toegankelijk voor personen van Belgische nationaliteit die voldoen aan de verschillende selectiecriteria voor elk kader.

De politieambtenaren van het basiskader zijn inspecteurs van politie.

Als inspecteur heb je een volle politiebevoegdheid en oefen je je politiebevoegdheden uit in alle bestaande functies, op enkele uitzonderingen na (b.v. huiszoeking). Slechts uitzonderlijk heb je ook leidinggevende taken.

Taakgericht leg je je met je volle politiebevoegdheid toe op een geheel van taken binnen de gemeenschapsgerichte politiezorg. Oplossingsgericht werken en klantgerichtheid, d.w.z. dat je naar de burger toe werkt, zijn basiscompetenties die van een inspecteur worden verwacht. Samenwerking is eveneens van het grootste belang. Politiewerk is immers teamwerk!

Als inspecteur van politie kan je terecht binnen één van de zones van lokale politie in één van de 7 basisfunctionaliteiten van de gemeenschapsgerichte politiezorg op lokaal niveau. Binnen het korps van de federale politie zijn tal van betrekkingen binnen de gespecialiseerde politiezorg voorhanden.

Kortom, door hun aantal en de aard van hun opdrachten vormen de inspecteurs van politie het hart van de politie.

 

Opleidingstraject – Aan de slag

De politieopleiding neemt globaal twaalf maanden in beslag, gevolgd door een probatiestage* van 6 maanden. Deze omvat 1314 studie-uren en 328 uren werkplekleren.

De opleidingscyclus start met een onthaal- en introductieweek in de politieschool waar de aspirant-inspecteur die aan de basisopleiding begint de nodige informatie krijgt en kan kennis maken met de erkende syndicale organisaties van de politie.

De basisopleiding zelf wordt ingedeeld in twee blokken met bijkomende transversale clusters. De clusters zijn de volgende : 

Blok 1:

cluster 1 : de politiediensten in relatie tot de bestuurlijke en gerechtelijke organisatie van 40 studie-uren;
cluster 2 :
 wet op het politieambt van 40 studie-uren;
cluster 3 :
 politionele deontologie van 24 studie-uren;
cluster 4 : inleiding recht van 60 studie-uren;
cluster 5 :
 wegcode van 30 studie-uren;

Blok 2 :

cluster 6 : domeinspecifiek recht van 120 studie-uren;
cluster 7 : informatiemanagement van 122 studie-uren;
cluster 8 : politioneel onthaal en bejegening van 78 studie-uren;
cluster 9 : politioneel tussenkomen van 176 studie-uren;
cluster 10 : onderzoeken van 100 studie-uren;
cluster 11 : verkeer van 114 studie-uren;

Transversale clusters, doorheen blok 1 en 2 :

cluster 12 : maatschappelijke oriëntering van 32 studie-uren;
cluster 13 : communicatie van 100 studie-uren;
cluster 14 : sport van 90 studie-uren;
cluster 15 : geweld- en stressbeheer van 188 studie-uren.

In de opleiding wordt de theorie aan de praktijk getoetst door werkplekleren in de entiteiten van de politie en via praktische schooloefeningen. Het is immers de bedoeling om de mentaliteit, de fysieke conditie, de interventietechnieken en -tactieken, alsook de theoretische en praktische kennis te verwerven die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het ambt van inspecteur van politie.

De opleiding wordt afgesloten met een reeks examens in verschillende theoretische en praktische domeinen die tijdens de opleiding behandeld werden.

*Stage

De aspiranten dienen een probatiestage van zes maanden te lopen bij hun nieuwe werkgever.

De bedoeling van deze stage is van enerzijds een hogere kwaliteitsgarantie te bekomen en anderzijds de begeleiding van de jonge inspecteurs bij hun eerste terreinervaringen te verbeteren.

Na drie maanden stage wordt er door de mentor van de stagiair een verslag opgesteld over diens wijze van functioneren . Op het einde van de stage evalueert de mentor, in een samenvattend verslag, of de stagiair in de praktijk geschikt bevonden wordt om de functie uit te oefenen.